Jud ith Zukerman

Amsterdam Days

Review - Kitty Nooy, Amsterdam

Het is altijd bijzonder om je eigen stad door de ogen van een ander te bezien. Dat is precies wat er gebeurt in de dichtbundel Amsterdam Days door Judith Zukerman. De schrijfster is een joods Amerikaanse vrouw die enkele malen in Nederland verbleef: in 1994-95, in 1999-2000 en een paar kortere bezoeken in de zestiger jaren. Haar ervaringen en indrukken legde ze vast in twee dozijn sfeervolle gedichten.

Dat deze Amerikaanse, geboren in Chicago, woonachtig in Wisconsin, een speciale band heeft met Amsterdam blijkt al uit de introductie, waarin ze het contact vergelijkt met die van twee geliefden, wiens relatie zich verdiept door de tijd heen en waarin de stad steeds meer lagen van haar innerlijke schoonheid onthult. Gaandeweg leert ze ook de geschiedenis kennen 'and some of the people who call her home'.

In krachtige, kleurrijke, gedetailleerde gedichten, waargenomen met wijze ogen, opgeschreven met een hartstochtelijke pen, komt Amsterdam op papier voor je ogen tot leven. Leidseplein, Concertgebouw, Stopera, Hortus Botanicus, winkelen op de Zeedijk - heel het uitgaansleven in het kloppende hart van de stad. Maar zwaartepunt ligt toch rond de buurt van de Dappermarkt en het Tropenmuseum; de smeltkroes van multicultureel Nederland. Op de Dappermarkt kun je zowel falafel als haring eten, hoor je Turkse klanken naast een Caribische drum, zie je Afrikaanse kleren, saries en de tulband van de Sikhs. In het Tropenmuseum komt de cultuur uit derdewereldlanden tot leven door tentoonstellingen, muziekvoorstellingen en de menu's in het restaurant.

Maar de integratie gaat niet altijd even makkelijk, want op diezelfde Dappermarkt botst in het volgende gedicht een honingkleurige vader, die zijn dochter op de arm draagt, met zijn lege buggy per ongeluk tegen een witte vrouw op: zij beantwoordt zijn "sorry" glimlach met een lege starende blik. Klein veelzeggend voorval. Integratie is een belangrijk thema in de bundel. Het is ontroerend om te zien hoe deze joodse vrouw de eenzaamheid van een moslimmeisje neerzet: hoe haar Nederlandse buren het kind en haar dromen niet zien, hoe ze schuilgaat / verstopt raakt achter de benamingen die de maatschappij haar opplakt 'zwary' en 'immigrant'. Elders een gedicht over een moslim en een christen die met elkaar trouwen en zo een brug slagen tussen oost en west. Een mooi voorbeeld is het gedicht Artis:

Artis

Two toddlers waddle,
one with blond hair
the other with seal-brown skin.

Sprawled on the lawn
side by side,
two heads explore
the zoo's dinosaur.

They babble to each other
squeals of wonder -
if only
no one teaches them

they can't be friends

Waarom deze nadruk op intergratie? Het is de opmaat voor een ander belangrijk thema in de bundel: de geschiedenis van Amsterdam, en dan vooral de zwarte bladzijde uit de tweede wereldoorlog waarin tachtig procent van de joden is weggevoerd. Westerbork, Auschwitz, Sobibor, eighty per cent of Dutch Jewry no more. Daarom is de buurt van de Hollandsche Schouwburg een ander zwaartepunt in het boek: van daaruit werden de meeste Amsterdamse joden gedeporteerd. Een opmerkzame lezer had deze schaduwkant al kunnen zien aankomen, want de typisch Hollandse tulpen op de voorkant van het boek zijn in dit geval de houten tulpen van de Hollandsche Schouwburg, met kaartjes eraan door kinderen beschreven: 'Nooit meer racisme', 'Nooit meer Auschwitz'.

Als de schrijfster kinderen ziet spelen in de bossen bij het Kršller-Mźllermuseum denkt ze aan de joodse kinderen die ondergedoken hebben gezeten tijdens de oorlog en geen ruimte hadden om te spelen. Als ze boodschappen doet op de Nieuwmarkt, hoort ze de stemmen van joodse verkopers die ooit het plein bevolkten. Maar er is ook die andere kant: het verzet, de Februaristaking, de plaatsen waar mensen konden onderduiken, zoals in het huis van Corrie ten Boom. In diens slaapkamer op de eerste etage boven hun klokkenmakerswinkel van haar vader in Haarlem was een extra muur gemetseld waar zes mensen zich zo goed konden verstoppen dat de Gestapo, die drie dagen de wacht hield, ze nog niet vond. In gevangenschap hoorde Corrie dat al haar vogeltjes veilig gevlogen waren. En de boom in de tuin van het hotel waar Judith Zukerman verbleef, was getuige van de ontsnapping van verschillende joodse kinderen, die uit de Hollandsche Schouwburg werden gesmokkeld. Het is niet voor niets dat het De Pinto Huis verschillende keren terugkeert in de gedichten. Isaac de Pinto was een Portugese jood die in de zeventiende eeuw aan de inquisitie wist te ontsnappen en zich via Antwerpen en Rotterdam uiteindelijk in Amsterdam vestigde. Het De Pinto Huis staat symbool voor een vooroorlogse bloeiende joodse gemeente, die kon ontstaan door de open gemeenschap die Nederland eeuwenlang was, door de vrijheid van religie en door de handelsgeest. De Pinto was bankier en kocht een huis in de Sint Anthoniesbreestraat, midden in een arme joodse wijk, waar 'zo rijk als De Pinto' al snel een gevleugelde uitspraak werd. Tegenwoordig is het De Pinto Huis een algemene bibliotheek en in die functie voldoet het als ontmoetingsplaats voor alle mensen in de buurt. Een functie die ook vervuld wordt door buurthuizen en verschillende cafŽ's, plekken die in deze dichtbundel veel aandacht krijgen en met name genoemd worden, zoals Pelikaan Broodjes Cafe. Er is een lofdicht op de bar East of Eden, waar allochtonen en autochtonen samenkomen en samenleven. In een buurthuis zoals De Witte Boei helpen mensen elkaar met de Nederlandse taal en cultuur. Deze saamhorigheid kan Judith Zukerman zeer goed verwoorden. In De Witte Boei zingt ze ook in het joodse koor Mokum Alef. Daarnaast bezoekt ze bijeenkomsten van Rosh Hodesh, een vrouwengroep die de joodse traditie door wil geven. Allemaal spranken van nieuw joods leven. Daardoor wordt de bundel nooit te zwaar en blijft er hoop voor de toekomst uitspreken. Vooral ook door de warme manier waarop dingen en gebeurtenissen beschreven worden. De stijl laat zich het best typeren als liefdevolle humaniteit. De gedichten hebben, op zijn jiddisch gezegd, nesjomme, een ziel. Bijvoorbeeld in de zin die een vriendin van de schrijfster die slecht ter been is karakteriseert: ''she carries her pride like the stick that supports het weight'. Mooi getypeerd is ook hoe in de zomer alle Amsterdammers zich op terrassen en op hun vensterbanken nestelen, genietend van de zon, terwijl toeristen zich nog verschuilen onder hun hoeden. Het is leuk om in de noten bij verschillende gedichten de uitleg te lezen dat wij in ons kleine land bijvoorbeeld aan vakantiespreiding doen omdat het anders te druk wordt. Daardoor ik ga zeker een keer naar Zuid Beverland, waar - naar ik hier lees - nog een deel van de oude bedijking behouden is gebleven, van v——r de watersnoodramp in 1953, inclusief kruidige velden waar schapen schijnen te grazen - dan ben ik toerist in eigen land. Zo valt er veel te leren van de manier waarop een ander, in dit geval Judith Zukerman, naar Nederland kijkt. Een citaat op de achterflap suggereert dat we bevoorrecht zijn om even door haar ogen te mogen kijken en dat lijkt me niets te veel gezegd. De bundel Amsterdam Days verdient wat mij betreft een Nederlandse vertaling.

Naast de dichtbundel is een CD te bestellen, waarop de auteur zelf alle gedichten mooi gedragen en verstaanbaar voorleest, afgewisseld met korte muzikale intermezzo's.

 

Back

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

All contents of site copyright Judith Zukerman 2005